Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
TORENWACHTER
EX
BÜRGE xMEESTER.
Een stadje, — ik weet nog niet waar 't lag,
Had eens een' trouwen Torenwachter,
Maar ach 1 een' regten taaiverkrachter :
Die schreeuwde 's nachts daar jaar en dag,
Na 't schrikbaar blazen op zijn' horen,
i)e boodschap 't vaakrig volk in de ooren,
Zoo als zijn voorzaat altijd plag:
Den klok heelt tien geslagen.
Pit merkte een dienaar van 't geregt,
Die zich een koppel blaauwe dagen
Op Siegenbeek had toegelegd,
En 't wangeluid niet kon verdragen.
Hij ijlt naar 's Burgemeesters huis,
Eli schelt er aan met woest gedruisch ,
Om d' armen Wachter aan te klagen.
Terstond: Fiat I hij moet hem dagen.
't Expïoit wordt 's andrendaags gedaan.
Schoorvoetend treedt de zondaar nader,
En hoort nu van den Burgervader,
Onthutst, verbaasd, deze aanspraak aan;
» Wel domkop, wat heb ik verstaan?
» Durft gij , te roekloos , alle nachten,
» Gewijd geslacht der klok verkrachten ,
» En schreeuwen, woestaard ! overluid,
» Ven klok heeft tien geslagen, uit?
» Gij ziilt dit voortaan niet meer wagen ,
V Maar roepen daaglijks zoo als 't hoort,
V Na 't blazen uit dè torenpoort;
» De klok heeft tien geslagen."