Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 abrl'sdoon*
Maar Aliel minde Kaïn teer;
Wat wrok hem 't hart beheersrht;
En lag hij, biddend , naast hem neèr*
Hij bad voOr Kaïn 't eerst.
» Köm", sprak hij, als de morgenstraal
Van d* effen hemel schoot;
» De schepping toont haar pronk en praal
» En spreidt voor ons ze bloot!
)ï En alles looft wat adem liaalt,
» Den ScheJ)per der Natuur ,
»> Kom i zij der Godheid dank bfetaald
» Door beider altaarvuur."
» Die zij" sprak Kaïn » God gebragt."
En beiden togen heen ,
En gaarden 't hout bij beurt en vracht ^
En hoopten *t digt opeen*
En meer ontvlamd in liefdegloed
Bij ieder harteklop ,
En met een vToom en blank gemoed
Rigt Abel 't altaar op,
En weèr door wangunst wreed bekneld >
Die in zijn blikken brandt,
Rigt Kaïn 't altaar op in 't veld ,
Naast Abel's ofterand'.
Daar ligt het jeugdig offerlam
Op Abel's altaar neèr;
Daar vat de vonk , daar stijgt de vlam
Tot aller Opperheer!
De vlam steeg op; geen stormgeloei
Dreef vonk en rook uiteen;
* Alleen het zachte windje woei,
En droeg ze hooger heen.
En Kaïn schikt in 't plegtig uur,
Op 't altaar kruid en vrucht;
Daar speelt de vlam. daar spat het vuut
De vonken ia de lucht.