Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page

ABEL 'S DOOD.
y'ekloog, als het rerste Hcht,
Oqt ne-rbloak van onihoog;
Maar met de schande op 't aangezigt,
Stond Adam voor Gods oog.
Niet rein , gelijk de morgen was
Van Adam's wordingsuur,
Dat heiligheid in d'oogblik las
Van 't pronkstuk der Natuur t
Maar 't hart van schuld en misdrijf zwaar, —
Zoo zegt het Hijbelboek , —
Maar zwart cn onWin stond hij daar,
• Getroil'en door Gods vloek I
Kn hangende aan zijn Eva*s zij',
beider oog beschreid ,
Dreef Eda^vs hof hunn' blik voorbij ,
Met al zijn zaligheid.
Geen hope glom, geen lichtstraal blonk,
Geen liefde gaf hun troost:
De vloek, die op huu hoofden zonk.
Moest rasten op hun kroost.
Maar ziet! daar straalt uit Abel's oog
De blanke deugd der ziel ;
Nu wissohen zij de wangen droog,
Hoe zwaar de ramp . hun viel.
Maar ffaauwer was de broedermin
In Kaïn'? borst ontgloeid ;
De nijd schoot diep er wortel in , '
Uit bittreu wrok gegroeid.
En als hij biddend nederboog ,
En naast zijn' broeder lag ;
Dan dacht hij dat des Schepper» ooj
Het liefst zijn' broeder zag 1