Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOB SIïiONSZOON DE RIJK. 76
Ovei-Avinnaar, keert de Kijk,
Marnix aan de hand:
Beider leven vrijgekocht! —
Dubbel teest voor 't land ï
't Schittrend voorbeeld, dat hij gaf,
Schoorde 's Landzaats moed;
En zet nog , bij ons herdacht,
't Hart in ïaaijen gloed.
Geef het, God ! dat nooit die gloed
Hier word' uitgedoofd!
Ieder Avaagt dan voor 's Lands regt.
Altijd goed en hoofd,
J. IMMERZEEL, JUNIOR.
DE KOE.
VrouAv Magdalis brak nu haar laatste stuk brood ,
En kon het van kommer niet eten :
Och , AveduAven zitten soms dieper in nood
Dan menige mensihen Avel weten,
» Nu brengt mij het lot dan den harteslag toe!
« Nu leeft nuj dan alles begeven !"
Zoo riep zij, en l^reet op haar stervende koe,
Waarvan zij alieenig moest leven.
Daar. kAvamen de runders van verre weèr aan
En loeiden langs velden en wegen :
Voor Magdalis deur bleef niet eene meer staan.
Noch brulde verzadigd haar tegen.
Zij kreet als een kind, dat op eenmaal de borst,
Op eenmaal de moeder n»oest missen;
Zij beefde Avanhopig voor honger en dorst.
En kon al huar tranen niet wissen.