Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
> j .V C O B S I M 0 N S Z 0 0 N DE R IJ K. 75
Na en nfider klinkt de kreet, liUid en luider door, Stroomt den slotbeul en zijn rot Donderend in 't oor.
Bleek en huivrend , zien zij om , Trillend daar zij staan , En, ontwape^nd , zinkt de hand, Mikkend toe te slaan.
Eerlijk woord van Mondragon , Voor de Kijk verpand , ^ Greep,, naar 't Goddelijk be»tel, 't Moordzwaard uit die hand.
Siddrend, laat men d'Admiraal Wet'r ten slotkuil neèr; — Doch weldra ziet hij den dag, Vrij van banden , weèr.
Als ten tweed^emaal geslaakt Uit den moederschoot, Ziet hij gade en maagschap weSr, Rouwend oai zijn' dood. —
Nog is niet de draad ten' eind' Van zijn hachlijk lot: Marnix zucht no? hulpeloos. Achter 't kerkerslot!
's Prinsen zorg verbidt de Rijk, Dat hij weêr zich waag', En», op 't woord van Mondragon, Marnix slaking vraag'.
Moedig, stelt de Rijk Kich weer In des Spanjaards- niagt, Ea vernieuwt, met klem van pleit, Hollands eisch en klagtr ■ '
Kant de spijt zich morrend aan Tegen 's Hopmans taal , De eer, ten onderpand gesteld, Haalt de zegepraal. ■