Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
vix bosch w ij
Maar bij het schoon rerschiet,
Dat ze in de verte biedt,
Verdwijnen angst ea zorgen.
Staag- worstelt in iiaar' schoot
Het hn tn uit den dood , -
Ën uit dm nacht de morgen.
Zoo als, na wintertijd ,
De liCnle 't hart Vf-r^lijdt,
Maar Uort sle(hts blijft vertragen 5
Zoo zal, aan gindsche kust,
Na.eea verkwikbre rust.
Eens de eeuwge Lente dagen.
Dit staaft gij me in dit uur,
A'^oorzeggende Natuur !
En zou mijn hart nog vieezen?
Ik zie de Lente weèr.
Veel schooner dan \Veleer,
Waar 't nooit zal winter wezen»
Mijn Bosrhwijk! God alleen
Weet of'k u we r betreen.
Of nooit w'Cir zal aanschouwen. —
Maar wat, wat mist jce aan mij ,
Blijft u G4»ds zegen bij ,
En rust ze op uw landouwen l
Of
R. rEITH»
DE GRIJZAART EIS DE JO^GELiAG.
Oud zijt gy, ft Wolfert, en wit is uw schedeli
Dus sprak hem een jongeling aan:
e Zeg my, waarom uw gelaat nog zoo frisch,
L'w oog nog zoo helder ea levendig is?
Ja, zeg my , waar komt dat van daan ?