Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
bij mijn vertrek
Dat hart, voor al 't genot
A^ol dankbaarheid tot God ,
Blijft voor uw zoet nog gloeijea.
Bezaaid met dorre blaan,
Lacht nog uw grond mij aan,
Kan nog uw schoon mij boeijen.
Al moet mijn oog het groen
Van 't lagchcnde saizoen
En zijn gebloenite ontberen ;
Al hoor ik uit de"blaan
Geen' nachtegaal meer slaan,
Geen vuikje kwinkeleren ;
Tod/zie ik voor m'jn treSn
Natuur nog om mij heen,
Al zwijmt zij allerwegen,
Zij heeft haar taak volbragt,
En kwijnt met stille pracht
Haar' grooten rustdag tegen.
r>aar werkt zij, vol beleid ,
Als Gods Voorzienigheid ,
Verborgen voor onze oogen ,
En voorbereidt de Lent' ,
Die weör den winter endt.
Met godiijk kunstvermogen.
*k Zie 't knopje, met de blaan
Voor nieuwe Lent' bela.\n,
Reeds aan de takjes <luiken.
Ras barst het welig uit.
Door ijs, noch sneeuw gestuit
Maar zal 't voor mij ontluiken?
Ligt prijkt, gelijk weleer.
Voor mij geen l^ente meer. —•
Na acht en zestig jaren.
Herinnert, ongenood,
Natuur aan 't h^rt den dood
Op afgevallen blaren.