Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
petkïl i>e groote te dantzkl.
7ie,l deze eer vond Burgemeester
AI te zonderling en groot;
Heimlijk beet hij op zijn tanden,
Maar vergreep zijn tong noch handen
Aan zijn' hoogen stoelgenoot.
Niet dat hij zijn pruik misgunde
Aan het koude KeizershooFd,
Maar hadd' hij dit kunnen droomen,
't Vreemde feit Avaar voorgekomen,
En die kool hem niet gestoofd.
Liever had hij zes paar prulken.
Breed vaii krul en fijn van hair.
Peter tot geschenk gegeven.
Dan van prcmk ontbloot gebleven
Voor geheel de Burgerschaar,
En daar bij nog, "wat al koude
In 't o'uthairde hoofd gevat!
't Was pm 't brein te doen bevriezen:
Telkens zat de man te fniezen ,
En dan boog de halve stad.
« Buurman, 't mag u wel bekomen!"
- Fluisterde dan Peter; maar
Buurman scheen naar al dat fluistren,
Gram te moede, niet te luistren.
En verwenschte, stil, den Czaar.
» Amen zegt in 't eind' de Pfiirheer,
Ieder haast zich op te staan.
ÏJlings dringt de koster nader,
En hij biedt den Burgervader
Zijne pruik eerbiedig aan.
Waar' ze ook wat verlept, verfonfaaid.
Goed toch Avas zij voor 't gebruik j
En, met halfverbeten toren ,
Kropen/s Burgemeesters ooren
In eene pude kosterspruik I