Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
hkt turfschip van brïsa.
En eer de bleeke winterglans
De dampen dreef van 't land,
Lag reeds van top en torentrans
De Spaansche vlag in 't zand:
En eer nog Maurits buiten zag
En 't oog hief naar den top.
Stak de uitgewaaide Statenvlag
Alreeds in plaats er op.
Toen klonk, toen dreunde 't heen en wt4r
Met vaderlandseh hoezee:
» Hun vlag is van den toren neêr,
» En de onze waait in steê 1"
Toen bragten ze uit het hecht kasteel
De zwakke stad in 't naauAV,
En wrongen Maurits wettig deel
Uit Spanjes ijsren klaauw.
Toen trok de Prins met staat en »to«t
En wapenpraal en pracht,
De poort in van het erllijk goed
Van zijn doorlucht geslacht.
Toen reikte de opgetogen Staat,
Die eiken dienst vergold ,
Een heerlijk loon aan elk soldaat.
En elk een eerlijk sold.
Toen schreef in 's lands historiebla&n,
Met onuitwischbren inkt,
De waarheid zelf het Avaagstuk aan ,
Waarvan ons speeltuig klinkt.
h. tollexs, cz*