Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
hit trilkscilip tan brera.
Toen greep hij zelf zijn eigen kling
En hield zijn' hals ontbloot,
£n boog geknield zich in den kring
En bad een' korten dood.
Maar eensklaps dHngt zich, schel en luid,
Een Spaansche wachtroep door,
En schreeuwt kasteel en toren uit
En dreunt het volk in 't oor:
En eensklaps wordt het sein verstaan.
Zoo lanff verwacht niet leed,
En kondigt nun het naadren aan.
Met afgesproken kreet:
En eensklaps op dien welkomstgil,
Die doordringt tot hen neèr.
Houdt ieder als de dood zich stil
En ademt naauwlijks meer:
En eensklaps stort het Spaansch gebroed,
Met naaktverkleumde huid,
Zich hongrig en in overmoed
Op d'onverweerden buit.
Zij i len aan met haak en dreg
En slaan in gang en boora ,
En banen 't schip door 't ijs een weg.
En slepen t hortend voort:
Zij plompen in de diepe vaart,
Met afgemeten val ,
En klautren op, langs roer en zwaard.
En sturen 't schip aan wal:
Zij hechten reeds de touwen vast,
Met onbesuisd geschreeuw,
En lossen reeds den opperlast,
Begraven in de sneeuw:
Zij bukken zich de lenden mo5
En rapen hand aan hand ,
£n werpen zich de turven toe
Kn staaplen xw op den kunt: