Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
68 het turfschip vax breda.
Men drijft en dobbert, dagen lang,
Bij ieder tij vertraagd,
En rept en roeit met loomen gang ,
Van weêr en wind geplaagd.
Intusschen lijdt de manschap last
En zit in 't hol verstijfd, /
En klappertandt en hongert vast
En weet niet waar ze drijft.
Zij luistren, zonder licht of lucht,
En uur noch afstand wijs,
Doch hooren slechts het dof gerucht
Van 't zanienhortend ijs.
Maar niettemin, in 't vunzig hol,
In bang gebrek en kou ,
Hield vaderlandsche deugd het vol
En onverkoelde trouw.
Een hunner (zing zijn lof, mijn luit.
Met onverflaauwden gloed)
Een hunner blonk doorluchtig uit
In heldendeugd en moed.
» O Mannen!" sprak hij , v broederschaar,
» Met Avie ik d'aanslag deel!
V 't Bedwingen valt mijn kracht te zwaar:
» De hoest verstikt mijn keeU
» Ik doe om niet mij zelv' geweld
» En ga de plaag te keer:
y Gij hoort hoe zij mij pijnt en kwelt
» En martelt meêr en meer.
» Ik kan niet, makkers 1 niet te rug,
» Maar moet ten eind toe voort,
» En mooglijk dat een enUïe kuch
» U man voor man vermoordt.
» Treedt toe, ('k beveel mijn ziel aan God)
» 't Is mooglijk ras te laat:
» En jaagt de sabel door den strot,
» Die u zoo ligt verraadt,"