Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
lïKT TLaFSCHIP VA^ B R K P A. S3
V Wie lust en moed heeft, treo vooruit:
« ( Ik gun aan zestig de eer)
V IJezorgt den Spanjaard brand en buit
» En breng Jireda mij weèr, "
Toen stoven zij de reijen door
Om aandeel in 't gevaar,
En drongen zich elkander voor
En pakten op elkaar.
Zij wierpen in het schip zich néér,
Oat reö lag in den vloed,
En jookten naar gevaar en eer
En tintelden van moed.
Zij stuwden zich op een in 't hol
En krielden Oiiderdek,
En propten al de ruimten vol
Eu vochten om eea plek.
Men slaat en timmert, los en ligt,
Een zoïdring op hun kop.
En tast en stouwt haar hoog en digt
Met magt van turven op:
Men stapelt, over plecht en dek ,
Den zwaargeladen klomp
De wdkkre gasten op den nek,
Die wouen in den romp:
Men drijft het schip uit wal en gracht
En duwt niet haak en boom,
En Avringt het voort met kunst en kracht.
Door ijsgang en door stroom:
Men breekt met bijl en hamerslag
Door korst en sneeuwdam heen ,
En schuift, zoo ver men reiken mag ,
De schotsen ijs op een :
Men woelt op mor en zwaarden voort
En kneedt het brokkig nat,
En slooft rn tobt San boeg en boord,
Van rijm en ijzel glad :