Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
E T R r 8. 47
V Verban, mijn ziel! uw' srhroum:
» Mier, hier is meer Uan drm>m:
» Hier hielp mijn trouwe Heer,
» Kn zond zijn' Engel ne6r,
» Ijoof God ! zijn magt is groot;
V Hij redt uit eiken nood,
ï> En volks- en vorstenwaan
» Doet Hij in rook vergaan T' —
Nu keert hij zich, met spoed »
Waar Jezus vriendenstoet
Zich in 't gebed vereent.
En, om zijn lot, nog weent.
Daar keert, op eens , de smart
In dankgevoel van 't hart -
En stemt men 't juichlied aan:
» God heeft ons bijgestaan 1" —
Zij redt, in 't bangst gevaar ,
Gods almagt wonderbaar.
Zij spreekt: de nacht verdwijnt.
Zij spreekt: de dag verschijiit.
Schoon alles moog vergaan,
ïfaar raadslag blijft bestaan ;
/ij is ondenkbaar groot:
zij AVenkt—daAr vlugt de dood.
Geen magt van 't groot Heelal,
Die ooit naar keeren zal l
w. !i. war:<si\ck, bz.
DE OOIJEVAARS.
Als het rimplig loover dort
En de herfstwind scherper wordt,
Waarom snelt gij, trouwe wachter l
Dan van dak en schoorsteen voort,
Laat uwe onde vriemle i aciïter ^
Eu zoekt wanuer hemeloord?