Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 p K T R U S.
» Omgord het opperkleed,
» Als tot den togt gereed,
V En bind de voetzool aan ,
V Om straks van hier te gaan.
»Haast, haast u, J'etrus ! kom ,
y> Werp nu den mantel om 1
y* En spoed u met mij voort,
» Door de open' kerkerpoort!'' —»
Ziel daar gaat Petrus voort;
Maar wat hij ziet en hoort,
ïs, in dit tijdsgeAvricht,
Hem als een droomgezigt.
Maar de engel rigt zijn schreun j
En veilig gaat hij heèn :
Hij A'olgt liet lichtend spoor
En gaat de Avachten door.
En elke krijgsman rust,
In diepen slaap gesust.
( Die slaap Avas van den Heer :
Hij zond dien op hen neèr.)
yij naken , ongestoord ,
Des kerker^ buitenpoort,
Gewrocht van hard metaal
En ijzer, vast als staal:
Maar, zie ! een Hooger magt
Werkt hier met wondre kracht;
De breede grendel springt,
Daar de ijzren deur zich Avringt
En knarrende opengaat,
En beiden treklien laat.
Maar al wat Petrus doet,
Maar, al Avat hem ontmoet,
Is hem een droomgezigt,
Dat, in een vrolijk licht
En troostvol, hem verschijnt.
Maar , neen: op eens verdwijut
Gods engel uit zijn oog.
Nu heft hij 't hoofd omhoog,
Nu voeït liij dat hij waakt —
Verlost is — en —' geslaakt.
Nu roept hij , dankende, uit,
Daar niets zijn geestdrift stuit: