Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
pk pkkzer en zijn paard. 43
u Dan ware (sprak der Per/en Vorst) wZof) 'k oni uw ros u vroeg, » Misschien mijn gansehe Koningrijk » Voor d' afstand niet genoeg?" » Neen , Heer! voor geenen prijs , hoe hoog , Wierd u mijn Ros gegund. Dan—voor een' waren vriend — zoo gij Diea voor mij viodea kuntl"
j« vak walré.
PETRUS.
tïet licht des dags verdwijnt, Kn de avondstond verschijnt; Reeds dekt de schemer de aard'; Het duister wordt gebaard, Kn wekt in 't schuldig hart, Bij ^vroegiiig, angst en smart.
Maar , wie ook beeft en schrikt. Toch dén blijft onverxvrikt, Schoon hij het ergste ducht, In boei en banden zucht, Kn 't sterfuur naken ziet: — Neea—Petrus siddert niet.
Herodes dreigt en woedt En dorst naar 't Christenbloed ; Reeds heeft zijn schrikgeweld Jacobus neergeveld. Nog blijft het zwaard ontbloot, En dreigt verderf en d(»od. — Gelijk in woede en haat. Vereent zich Vorst en Raad ; En eer men 't heeft verwacht, Is Petrus in hun magt.
Nu juicht de priesterschaar ; V Verdwenen w 't gevaar i