Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
42 hf pkrzkh k\ zij\ PAARD,
Het edel ros verheft deu nek,
Het ademt zegepraal,
En antwoordt op zijns meesters dank,
In hem verstaanhre taal:
De koning, door het schoon bekoord
Van 's jonglings strijd^ezel,
Spreekt: dat men voor dit pronkjuireeï,
Hem duizend Minen teil'!
De Perzer schudt de fiere kruin;
Hij klemt zich aan zijn ros,
En zijn verheven zelfgevoel
Geeft antw'oord met een' blos.
» Staat (zegt de vorst) gij, tot dien prgs ,
» Uw' Arabier niet at?
V Wat deedt ge, zoo mijn gunst u zelfs
» Twee duizend Minen gaf?"
» Vergeef mij koning (zegt de Pers)
Mijn paard is al mijn schat;
Daar is voor mij niet één kleinood ,
Geen goed, zoo waard als dat.
Het voert mij, sneller dan de wind,
Den vlugsten struis voorbij ;
Het rent — maar stapt of struikelt nooit,
En waakt en vast met mij."
» En zoo ik u een rijk gewest,
» De magt van Landvoogd gaf?"
v Vergeef mij , J^oning! (zegt de de Pers)
Ik sta mijn Ros niet af!
Vergeef me, — al trof, o magtig Vorst!
Voor gunst me uwe ongena,
Hoe scheidde ik van een* medgezel,
Door wieu ik nog besta ?
Hij voert mij moedig in den strijd.
Voelt, zonder dwang, mijn' wil.
En, in het snelste van zijn vaart.
Staat hij onmerkbaar stil:
Zie nog het teeken in zijn borst
Van 's vijands wreed gew^eer;
Eerst bragt hij trouw^ jnij uit den nood,
En viel toen magtloos neêr;
En toen ik viel door 't Grieksche staal.
Mijn klepper bleef mij bij ,
En dekte mij voor nieuwe wond
En schreeuwde om hulp voor mij."