Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
DE PERZER EN ZIJN PAARD.
ll en Perziesch koning, uit den slag
Gekeerd in zegepraal,
Gaf aan zijn helden eeregoud.
Zijn hoi' een feest-ontliaal;
Geen' weidschen disch , geen praalbanket,
Geen dartlen zang of dans,
Maar wedloop op het moedig ros,
Of kamp met zwaard en lans :
Een jeugdig krijgsman van het heir,
i)óor moed' zijn glorie waard.
Snelt meè het stuivend renperk in.
Op zijn vlaniöogig paard;
De schuim vliegt, langs het gouden bit.
Uit d' opgestoken bek;
Het purpren neusgat briestht en snuift.
Het hair krult langs den nek;
Dc klepper slaat, ten rid gereed.
De hoeven in den grond,
En rekt het hindevonnig lijf,
En zwiert den staart iii 't rondi
Daar klinkt de schelle sein-trompet
Den ruiters in het oor ~
De loop vangt aan — een stofwolk rijst —
Des Perzers Ros vliegt voor!
Het edel dier, zijn' meester trouw,
Behoeft noch'spoor, noch ro^ —
En, eer zelfs de andren d'einrlpaal zie»,
Komt hem de Zege toe:
\a galmt de juichtoon in het rond,
Die 't handgeklap vervangt,
Terwijl de vorst om 's jonglings hals
De gouden keten hangt:
Dees huppelt, op zijn' Arabier,
Des Konings stoet voorljij;
De glorie kroont hem van alom,
Zelfs van zijn weerpartij:
hij van den zadel af,
On»helst en dankt zijn paard :
Di'ooirt hem het zwoet van hals en horst,
Imi wascht hem lioef eu staart,