Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
k.
DE WAARHEID EN EZ0PC9. 37
» Dat 's heerlijk mooi, dat 's wonderbaar l"
» Dat is dé moeite waard!" —
Zoo juicht en joelt men door elkaar.'
» Dat heelt zijn rechten aart!" —
Dus vangt het reis 0|> reis weèr aan,
De gantsche Kermisweek;
En ieder is op 't hoogst voldaan,
Die in den spiegel keek.
Maar waarom wordt men nu gestreeld
Door alles wat men ziet?
Een ieder ziet zijns buurnians beeld ,
Ün kent het zijne niet.
Een Grijzaart, boven de andren kloek,
Had slechts zich-zelv' herkend.
Maar zwijgend kroop hy uit zijn hoek»
En gaf zich uit de tent.
» Zie daar (riep toen de Bultenaar)!
» Men wil de Waarheid wel.
V Doch nera^ens loopt zy min gevaar,
» Dan in het EabeUpel."
W» BILDERDIJKt
DE TWEE BROEDERS
VOOR BOMMEL (in 1599)»
V Wie zijt gy, krijgsman zoo vol moed ,
» Met wien ik gistren streed;
Wiens arm my reeds met d' eersten slag
» Het voorhoofd duizlen deed?
« 't Was de aftocht-roffel van de trom
>» Die 11 mijn rfog «»nttrnk ;
» Maar 'k voel den zwaardslag nog op 't ho<ifd ,
» En hier ia 't hart, deu wrok.