Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 DE WAARlIFin en ezopi's.
Straks trekt men met nienwsffieriglieid
Naar 't vreemde wonder saam ,
En "wordt het schouwspel ingeleid ;
Maar 't heeft .een nieuwen naam.
Ezopus hield hun 't zelfde glas ,
Het glas der Waarheid , voor;
Maar, daar men fabel boven las;
En vroeg hun toen gehoor.
j» Mijn vrienden (riep hy) ! 'k toon u niet
V Dan beesten uit het veld:
y Maar velen die men menschen biet,
» Zijn even zoo gesteld.
ï> Licht, dat gy in een Ezelsbrein
» Uws nabuürs geest ontwaart:
y In Wolf of Meerkat, groot of klein ,
» Des Schouts of .Amptmans aart.
» Licht, vindt gy in 't onnoozel Lam
V Uw eigen goede trouw;
V In 't torteltj' op den beukenstam,
» De kuischheid van uw vrouw.
V Dat ieder kijker van verstand
» Zijn voordeel daarmeê doe.
» Neemt zelf den spiegel in de hand ;
» En ziet oplettend toe 1" —
» Hal (riep men) dat 's eerst wonder fraai
u Ai kijk , die krolsch? Kat!
» Die ziet er uit als kleine Maai!
» Die Ezel, als Jan Gat!" —
» Die Hommel lijkt den Jonker wel,
» En Flip die Honigbij." —
» Die Bandhond met zijn "gladde vel,
» Is Sijmen in 't Lievrij."
V Die Vorsch , die zich te barsten blaast,
» Is net de rijke Louw."
> En 't Vosjen dat op torren aast,
» Lykt sprekend op Mevrouw." —