Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
dl
DE AVAAÏIÏIEID EN EZOPÜS.
VTIRTELLISG.
eenmaal Kermis op het Land:
De blijde lloerenjeu^d
Sprong vrolijk dartiend hand aan hand,
In onbepaalde vreugd.
Men zag er -menig kraam en tent,
Daar alles was te koop:
Daar wierd een macht van Koek gevent ^
Kn Brandewijn met stroop.
Ook was er een Tooneel gewrocht,
Daar stond een oud Doktonr,
Die pillen voor de dood verkocht,
Én brillen voor 't gehoor.
Hy riep de Boeren by elkaar,
Eu bood zijn pruilen rond ,
En njaakte van zijn valsche waar
Zijn kranke beurs gezond.
Men zag er nog een Afrikaan,
Besmeerd met schoorsteenroet,
Die toonde daar een AVeèrwolf aan ,
Getemd aan Zemblaas voet.
En, nevens hem, een Samojeed ,
Die , onder veel geschreeuw ,
Op een der grootste nonden reed ,
Betyteld als een Leeuw.
Men vond et een geschoren Beer,
Die opsprong door een ring,
Of klauterde op een steile leèr,
En voor een Boschmensch ging.
Jan Klaasen stond er als een A'orst;
Ja<k l'uddeng stond er by ;
Jun Potage met Hansworst,
Gemonsterd op €en rij.