Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
onbestexdlguein. 29
Alles wat we ons zien omringen In den schouwburg der natuur, Toont ons ,Tormverwisselingen AVanklen stand en korten duur: Bloemen, planten, boomen, menschen, Kiemen, bloeijen en verllenschen.
Wat ons gistren de oogen streelde, Lacht ons heden niet meer aan; Groei en bloei, en lust en weelde Zijn verstoven , zijn vergaan ; 't Gistren is vernield in 't beden: Wat wij zagen , ligt vertreden.
Klanken , die de ziel bekoorden. Zijn vervangen door geAveen ; Roosjes , die ons pad omboorden, Vallen daar verdorrend heen;/ Kleur en Avierook ging verloren ; Niets bleef over dan haar doren.
Ketens van verwisselingen , Onvertilbaar hecht en zwaar, Binden , door haar schakelringen. Zijn en niet zijn aan elkaar. A^orderend met reuzenschreden, Wordt de toekomst rasch verleden.
Voorspoedskindren ! kent de nukken Van het onbestendig lot; Droomt toch , bij uw rozenplukken, A^an geen eindeloos genot; 't Goed, dat de avond u laat vinden. Zal misschien de nacht verslinden.
Hoe met schatten overladen, Waar gij al uw heil in vindt, Spiegelt u toch aan de bladen, Afgew;orpen door den wind : Straks nog lachten ze om u henen ; Nu is kleur en vorm verdwenen.