Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
28 de arme dag loon er.
Zoo ik vurig iets durf ivenschen,
'k A^ond dan gaarne, wilde 't God!
Minder hardheid bij de menschen.
Die gezegend zijn door 't lot.
Dat ze , in overvloed gezeten ,
Vrij den arnien man vergeten;
Maar waarom toch wordt me, op straat.
Door hun blikken, vol van smaad,
't Hart den boezem uitgereten?
Och ! behoefte doet Avel zeer.
Maar versmading pijnigt meer! -
Kleeft de schande dan op de armen ?
'k Sloof toch voor mijn stukje brood;
'k Smeekte nimmer om erbarmen,
Hoe verzonken in den nood ;
'k Heb, door honger soms bestreden,
Nooit een aalmoes afgebeden.
Harde menschen ! waarom dan
Hoont gij toch mij, armen man.
Stijf en kn)m gewerkt van leden ?
Óchl mijn troost is, in 't verdriet.
God versmaadt den armen nieti
j. immerzeel , junior.
ONBESTENDIGHEID.
Wat wij van den tijd erlangen,
Geeft hij ons alleen ter leen:
Naauw' gebeden , naauw' ontvangen,
Stuift het vormloos weèr daar heen;
Wat hij bouwt met sterke handen.
Sloopt hij weèr met ijzien tanden.
Dwazen mogen in zijn giften
Gunsten schatten van waardij ;
W^ie den schijn van 't wezen schiften,
Houden 't hart van dwaling vrij:
Wijzen weten, dat verwerven
Slechts een voorspel is van derven.