Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
I>K ARME DAGLOONER. 27
Niet een handvol spaanders branden
Als de sneeuwbui binnenstuift,
't Noorden door uav reten snuift,
Zitte ik zelfs te klappertanden.
Och ! het is niet oni de kou
Dat me een traan oatvloeijen zou.
Moet ik, om een loon te winnen,
Laag bedongeu , traag voldaan ,
Reeds mijn zAvare taak beginnen
Als mijn meesters slapen gaan ;
Moog' Blij 't ZAveet van 't voorhoofd lekken,
Eelt mijn palmen overtrekken ,
Wring' me, op vroegen ouderdom,
De arbeid knie en lenden krom ;
Moet mij stroo tot peluw strekken ,
Och! geen arbeid wekt mijn klagt,
En op stroo ook slaapt men zacht.
Kostlijk voedsel A'an de Grooten,
Yriicht van kunst, en weelde, en vlijtI
'k Heb uav' wellust nooit genoten,
Maar ook niemand ooit benijd,
'k Ben A'an drank steeds ruim gezegend,
Daar hij me uit den hemel regent; '
'k Doop mïjn brood vernoegd er in.
Groot al , dut hij 't kleen yewin
Mij geen naar gebrek bejegent!
Och! AVie water liüeft «u hroud ,
Jammer' niet om ban":eu nood.
Arm geAvaad , verkleurd, gereten!
Werk- en feestkleed , oud van dag!
*k Heb in d'arbeid u versleten ,
Zonder schande of dwaas gekfag.
Zoo 'k de kerk does laatste tijde.i
Om mijn lompen moest vermijden ,
'k Weet ook dat, naar 't Heilig Woord,
God de Heer de beden hoort,
Die Hem schaamle hutjes Avljden:
Och! ik heb, hoe schraal gereed,
God vereerd in 't slijtend kleed.