Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
rembrakdts voorspoedige reis. 21
Zijn Moeder vult zijn ruime zakken
Met spek en brood,
Als moest hij voor ontelbre dagen
Een bedevaart naar Mekka wagen,
Ter prooi, weiligt, aan hongersnood.
Een kunsttafreel in d'arm genomen.
Trekt Kembrandt voort,
En keert den Koudekerkschen molen,
Vol moed, zijn Avelheslagen zolen,
Eu naakt en wint de Leijdsche poort.
Daar ligt de schuit! — Maar zou. hij varen f
De vraciit is hoogl
En mag hij ook op slaging hopen.
Het best ontwerp kan tegenloopen:
Zoo menig Avien de hoop bedroog !
Zijn zuinigheid behaalt viktorie X
Op 't reisgemak;
AVant wellust is 't hem, dat de schijven
Nu ongewisseld mogen blijven,
En liellijk rammlen in zijn' zak.
Hij wandelt voort en smult bij poozea
Van 't proviand,
En wet zich 't brein in 't overleggen,
Wat hij den Edelman zal zeggen,
En buigt het lijf, en zwaait de hand.
Daar stapt hij de verblijfplaats binnen
Van 't Vorstlijk }ȟf !
Nu ras in 't spiegelglas gekeken.
Den breeden knevel op gestreken,
Eu zich ontdaan van 't wandelstof! *
Nog eenmaal de aanspraak uitgepreveld,
Die sierlijk zwelt;
Het laatste stofje weggeschuijerd,
En toen naar 't buitenhof gekuijerd.
En zacht, naauw hoorbaar, 'aangescheld!