Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
HET VOGELNESTJE.
Ziet ge ginds den pronk der dalen.
Dien verheven' eikenboom,
Breedgetakt, met fierheid pralen ♦
En zich spieglen in den stroom?
Lente's adem heeft hem leven,
Dos en bladerkroon gegeven;
En een minnend vooglenpaar
Koos uit al 't geboomte in 't ronde
Dezen eik ter bruiloftssponde.
Wijdde hem ten echtaltaar.
Onder luid en vrolijk tieren,
Was het jon^e paar getrouwd ;
Na het dartel hoogtijd vieren,
Werd het kleine nest gebouwd :
Door de liefde, rijk in zorgen.
Onder 't loover half verborgen,
Hoog, maar ook niet al te hoog,
Was het, door de min geheiligd.
Voor den stouten knaap beveiligd,
Eu voor 'fl haviks loerend oog.
Zang- en bronst-tijd vloden henen,
Onder 't blaakrèn van den lust;
En de Mei is naauAV verdwenen,
Of het wijfje zit gerust
Op een viertal jongen neder;
*t Gaaiken, altijd trouw en teeder.
Deelt met haar den huwlijkspligt;
En is de ééne 't krooät ten'hoeder.
Dan vliegt de andre rond om voeder:
Zoo zijn zorg en lasten ligt.