Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
16 DE NEÜERLAXDSCHE VXAJ
't Geknal dier koopren monden
En 't biikkren van ons vuur
Moest de aard' het slaan verkonden
Van N'eèrlands vrijheidsuur;
lïefc dwong de Avereidvolken
"Weèr tot aloud ontzag,.
Op land en "n aterkolken,
Voor Neèrlands Leeuwenvlag.
O ja, gelijk te voren,
Snelt zij de Avereld rond,
En de aard' Kiet haar trezoren
Vercijnsd aan NeSrlands grond*
ïn 't paradijs van 't Westen
En der Moluliken tuin
Waait ze als op Javaas vesten,
En Guinées goudrijk duin!
f O moog zij eeuwig wappren
En da.'ir, en langs heel de aard* j
; ] Beschut door Neèrlands dappren
^ > Efi door Oranjes zwaard!
|i ;[/ ■ • Den vrienden breng' zij zegen
fi I . En zij der zwakken weer,
1 " ! w Maar streev' den vijand tegen
. En vel' den trotschaard neêr!
Dan roept, Avié haar aanschouwe
Op land of oceaan:
ij Dat is de vlag der trouwe,
» Der Belgen Leeuwenvaan !
» AVaar gij haar doek ziet zwieren,
» Zit regt en vrijheid voor; —
»O moog zij zegevieren
»De wentiende eeuAvën door!"
A. B0X.MAN