Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE NEDERTjANDSCHE VLAG- 13
Waar is in zuid of noorden
Een streek die haar niet ken^?
Op Nova Zeniblaas boorden
Woei zij van Heemskerks tent;
Door Tasman heengedragen
Naar 's aardrijks zuideras ,
Deed zij een wereld dagen
Uit d'onbezeilden plas.
Waar is de hoek der aarde
Op oost- of Westerstrand ,
W^aar zij geen' buit vergaarde,
Niet roemrijk werd geplant?
Voor Japans reuzenvesten
Woei ze uit Euroop alleen ,
En sleepte al 't goud van 't westen
Naar Texels reede heen.
Waar ze ongetergd mogt pralen,
Daar schoot ze, wijd en zijd,
Als 't zonlicht, levensstralen
En wekte kunst en vlijt.
Maar — dorst men haar te honen —
In bloedig rood verkeerd,
Wist zij ac^n de aard' te toonen,
Hoe duur men haar onteert.
Zoover de zee haar baren
Om 't aardrijk vloeijen doet,
Verzonken 's vjjands scharen
En stroomde 's vijands bloed,
In oost- en westergolven,
Ten roof van 't zeegedrogt,
Ligt volk bij volk bedoiven,
jjat Necrlands vlag bevocht.
, Vrij moog de Krit thans brallen
Öp d'eersteu ran^ ter zee;
Voor Ne rland str^en allen
En 't Britsche vendel mee.
Mogt Brit aan Gal zich paren,
Tromp sloeg hun magt uit een,
En 't maatloos ruim der baren
Gehoorzaamde ons alleen !