Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
12 op i>kn dood van een klxü
Ea dan ontvangt de grond ,
Die uwe spruit verslond.
Ook u in zijnen schoot,
En gij vergeet uw' nood I
Dan woedt de storm nog meer,
Maar gij voelt hem niet weêr.
Terwijl gij zachtkens slaapt.
En hij uw bioedren raapt,
En in de ruste draagt,
Wordt 't onheil weggevaagd ,
En 't gansche^ wereldrond
Gelouterd en gezond.
Dan rijst uw groene top
Weêr uit den afgrond op;
Uw telg rijst aan uw zij'
En is een boom , als gij!
Dan knaagt geen worm u meer,
Dan velt geen storm u weêr,
Dan kabbelt wel een vloed
Aan uw' vernieuwden voet,
Maar niet met dat geweld.
Dat boomen nedervelt:
Zijn golven zijn gestild ;
Ui} ruischt sièchts zacht en mild,
Oiii eindeloos uw groen
En bloem en vrucht te voên I
j. kantelaar.
DE KEDEP.LAIXDSCEIE VLAG.
Ziet gij dat dundoek wappren
Met driederleije baan?
Dat is de vlag der dappren,
Der Keigen I-fCeuwenvaan!
Zij waait van hunne transen,
"Doorvliegt den wereldvloed,
Omsiei d met lauAverkransen,
Omstraald met zonnegloed?