Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
op dkx nood van ekn kind, 11
Gelukkie: ook het Kind ,
Dat vroeg zijn rustplaats vindt,
Kn de onrust van een' man
Geheel ontwijken kan!
De zorg, die slangen kweekt,
De roode wang verbleekt.
De minste sluimring steelt,
Of zwarte droomen teelt,
Als lood op 't harte zinkt.
Het bloed uit de aadren drinkt.
Het vleesch als sneemv verteert,
't Gebeente in stof verkeert,
Kn ijslijk-langzaam moordt.
Heeft liooit zijn borst doorboord.
De nijd zag zijne jeugd,
Zijn kinderlijke deugd,
Verachtelijk voorbij ;
De kleine maatschappij
Van 't ouderlijk gezin
Zag slechts dat groot begin,
De bloemknop van een vrucht,
Die, zonder traan of zucht.
Omhoog ontwikkeld Avordt,
En nimmer weer verdort.
Juicht, Oudren! bij dit graf!
Geen traan daal' d«iarop af I
Juicht hier uit uwen nacht!
De rust, waar gij naar smacht,
Dauwt iiier reeds koel en tetr
üp uwen Lievling neèrl
Gij Avacht nog op den "storm,
Maar haast konit ook die slonn ,
Die u uit liefde velt,
I^n uwe rust herstelt.
Reeds wordt de hemel ZAvart,
Reeds beeft het kranke hart
Des ondermijnden booms.
Reeds bruist de kracht des strooma
Op uwe vezels aan;
Eén uur zult gij nog staan ,