Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
231
ADAMS GEWAARWORDINGEN,
bu het
EERSTE ONDER- EN OPGAAN DER ZON.
lïet scheppend Woord , dat wondren 1)aarde,
Beval den mengelklomp, en de aarde
Begon haar' loop in zonnenglans;
En heerlijk hief, met zinverrukken ,
Nu 't meesterstuk der meesterstukken ,
De mensch, het hoofd naar 's hemels trans*
Van zonnenluister rijk omschenen.
Sloeg hij den blik door 't lustdal henen.
En langs 't azuren welfsel rond;
Trad voort, door jeugdig schoon omgeven;
Of vlijde in lommerige dreven
Zich neder op bebloemden grond.
Van 't godlijk schouwspel opgetogen ,
Straalt hem de vrolijkheid uit de oogen.
Gezang klinkt rond in bosch en lucht ;
't Gebloemte omschittert hem met kleuren:
't Plantsoen omwasenit hem met geuren;
't Geboomte biedt hem rijpe vrucht,
Ilier grazen kudden zonder herder;
Daar trekkebekken tortels; verder
Speelt wolf en lam in 't klaverveld.
Hier schuimt een bron door stronk en bladen;
Daar noodt een koele vliet tot baden.
Die murmlend in zijn bloembed zwelt.
Door zoo veel zoete weelde omgeven,
Vlood de eerste vaag van 't eerste leven:
Geen stoornis die 't genot verbrak I
IVlaar plotsling le^t het vee zich neder;
Het zangkoor zwijgt en plooit de veder.
En 't sluinirig duifje zoekt een dak.