Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
231
LOF DER AALBESSEN.
liust mij zingend u te loven,
Ed'Ie bes, gezoiid en frisch !
Heerlijk ooft van Neèrlands hoven ,
Sieraad van der burg'ren disch 1
Mijne zangster, die haar toonen
Aan 't eenvoudige-ed'le wijdt ,
Zal ook met een lied u kroonert.
Die eenvoudig-edel zijt.

Ja, ge zijt mijn zangen waardig.
Lieve vrucht, verkwikkend zoet.
Die, menschlievend en dienstvaardig.
Alle standen laaft en voedt;
Die niet groeit voor trotsche grooten,
Niet voor aardsche Goón alleen,
Maar door allen wordt genoten,
Ed'le vrucht voor 't algemeen I
Ja , we zingen — ja , we loven
U , o bes , gezond en frisch 1
Heerlijk ooft van Neêrlands hoven,
Sieraad van der burg'ren disch!
Anderen zingen abrikozen;
Perzik, uw verheven zoet!
U, beroemd om *t donker blozen ,
Ed'le teelt uit Thisbe's bloed 1
Ned'rige aardbei, en kastanje,
Trotsch op bladerkroon en stand;
En u , app'len van Oranje ,
Steeds geliefd in Nederland!
Goud-meloenen; muskadellen,
Die met zachte purper-kleur
Onder 't loof Avellustig zwellen ;
Ananas , vol ed'len geur ,
Pralende in der rijken hoven,
En door kunstviiur malsch gestoofd ,
Wie uitheemsche vruchten loven,
Wij, wij zingen Necrlandsch ooft I