Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
23Ö ' aan avitusf
't Geen ik aan 't slot herhale, als uwe dienares,
En nog, tot meer verstand, u toevoege op 't adres.
Maar in mijn reden zelf.,.. 't is met de menschen spotten ,
En liever leerde ik nog de taèl der Hottentotten,
Dan dat ik, tegen 4icht, en reden , en fatsoen.
Mijn goede Moedertaal dien hoon meer aan help doen.
Ik weet dit belgt u niet, goedhartige Bataven!
Gij zelf miskeurt den trant waaraan we ons dus verslaven.
Uw kieschheid juicht mij toe en geeft mijn reednen klem:
De Dames hebben toch in 't stuk van smaak een stem.
Gij kunt wat ons mishaagt geen' oogenblik gehengen,
Maar ik behoef mijn seks hier niet ter baan te brengen.
Ik overtuig u slechts van 't geen gij zelf begeert, —
Verwerp een wangebruik dat uwen smaak outeert!
Of, laat ge aan ons den roem eens voorbeeldszoogewigtiï* ?
't Geldt uw voortreflijkheid, Mijnheeren! we^st voor/igtig.
Ik onderzoek hier niet wat andre volkren doen,
Elk kan bij 's Lands gebruik zich houden , met fatsoen;
Laat Gal en Brit bij 't hunne en wij bij 't onze bleven;
Maar 't is toch ons belang gezonden smaak te schrijven ,
Te zorgen , dat men ook bij ons die gra(jie vind',
Die elk beschaafde geest met zoo veel regt bemint.
Eer twintig jaar verloopt zult gij verwonderd wezen ,
Hoe iemand hier een' brief tot aan het slot kon lezen,
't Gebruik is maar alleen voor dwazen een tiran ,
*t Moet onderworpen zijn aan hem , die denken kan,
ï. c. baronnessk de lannov.
R IJ K D O M.
» Tienduizend Guldens slechts om jaarlijks van te leven,
a> En 'k zou gelukkig zijn en onbekronipen geven,"
Was Strefons dagelijksch gesprek.
Nu heeft de man zijn wenscli verkregen ;
Maar gieriger dan ooit in 't midden van dien zegen.
En altijd klagend van gebrek.
V Geen wonder (roept hy uit)! een arme kan vergaarcn ,
w Maar rijkdom is een slaaf van 't zoogenaamd fatsoen,
^ï Met duizend Guldens 's jaars is't mooglijk iets tesparea;
^ Maar die er tien bezit, heeft zeventig van doen."
W. BlLl)Ei\DUK,