Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
aan avxtus. 229
Wel nu, zie daar den stijl, waar's Lands gewoonte wil
Dat hier een reediijk brein zijne aandacht op verspil'.
Hoe! in deze achttiende Eeuw , in dees beschaafde tijden ,
Waarin wij zoo veel zucht aan de eedle kunsten wijden.
Nu schier geen Stad van rang in Neérland wordt genoemd ,
Die op geen Maatschappij van fraaije lettren roemt:
Nu een gebrek aan smaak, zoo grof, bij ons te vinden!
*t Zal niet voor langmeer zijnl'k blijf borg er voor,mijn vrinden!
Een volk , waar zulk een drift tot vordring wordt bespeurd.
Neemt in volmaaktheid toe, en alles krijgt zijn beurt.
Gij hebt alreè gezorgd dat uw gewijde koren ,
Voor't stootendst kreupelrijm,den schoonsten zang doet hooren:
'k Hoor van den kansel tlians een' stijl die mij bekoort;
De drukpers brengt voortaan geen barbarismus voort;
De taal werd zelfs hervormd in onze nieuwspapieren.
En geen bevalligheid zoude onzen briefstijl sieren!
't Natuurlijk U en Gy, dat ieder volk vernoegt,
Zou hier een vrijheid zijn die bij geen aanzien voegt!
Gij schertst er immers meê , mijn dierbre Laadgenooten !
Geen welbezintuigd hoofd heeft immer zulks besloten ;
En 'k hoop dat hij die 't eerst, misschien uit loutre pret,
Jn 't ligchaam van een' brief die tijtels heeft gezet.
Aan de oevers van den Styx wel plegtig is verwezen,
Om driemaal daags dat stuk-met luider stem te lezen;
Ik wed dat Cerberus, al blafl'end , hem verjaagt,
En dat geen enkle schim zich ooit omtrent hem waagt.
Mij dunkt, ik zou mij schier in goeden ernst verstoren;
Maar heb ik mijn geduid ook niet met regt verloren %
'k Beproef het met vermaak op al wat nuttig is ;
Maar, moeite zonder vrucht geeft niets dan ergernis.
Hoe! 'k zal aan t hoofd eens briefs met groote lettren schrijven.
Herschrijven aan het slot, en plegtig er bij blijven ,
Dat ik, met al mijn hart, dien Heer, of die Mevrouw,
Voor Edel en Gestreng en Welgeboren hou' ,
En 'k vind, met al die zorg , dat niemand mij geloove,
Tenzij ik zwier en kracht aan mijn geschrift ontroove ,
En , midden in mijn' brief misschien nog vijftigmaal
Dien aangenamen sleep van Edelens herhaal'!
Ik wil nog eens zoo lief, indien 't u kan vernoegen ,
Bij ieder' brief dien 'k schrijf, een attestatie voegen ,
Door secretaris, klerk , getuigen en zoo voort
En 't zegel van het Land bekracht^d zoo 't behoort,
Dat ik, Mijnheer, Mevrouw , Mejuffer, wie 't moog wezen,
EJ boude voor al 't geen ge aau 't lioofd mijns briefs zult lezen.