Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
225
GROOTHEID.
Celoof niet licht aan Groote mannen , ^
Aan VVondermenschen , "xvijd beroemd !
U Zijn Wareidgeesseis en Tj'rannen ,
Die 't aardrijk met dien naam benoemt.
De ware Held , de ware Wijze,
Hoe meer hy in verdienste rijze,
Hoe minder hy in de oogen straalt;
Ea, die den roem der wareld winnen,
Kegoochlen slechts der dwazen zinnen ,
Om dat hun ware grootheid faalt.
Met ijdlen damp en smook omgeven ,
Vertoont zich 't Nachtspook aan 't gezicht,
Het hoofd ten starren opgeheven,
In 't scheemringgevende avondlicht.
Maar nader ! 't Voorwerp zoo ontzettend ,
In d'eersten opslag zoo verplettend,
Heeft al die grootheid van den schijn.
De damp , waarmeê het is omtogen ,
Verdubbelt zijn gestalt' aan de oogen.
En 't blijkt een nietig ding te zijn.
Maar vest uw blik op één dier Bergen,
Met ijs en wintersneeuw gekroond,
Die d'adelaar des hemels tergen,
En zeg my , hoe hy zich vertoont ?
Vefheft hy 't hoofd wel op de kimmen.
Als om den Hemel aan te grimmen ?
Verbaast hy de oogen die hy trekt?
Schijnt niet veeleer zijn hoogte matig,
Zijn rijzing even zacht als statig ,
'Zyn* luister met een wolk bedekt ?
Doch waag het, om hem op te stijgen.
Hoe verder u uw voetstap brengt,
Hoe meei* uw matte borst zal hijgen,
Hoe min gy hem bestijgbaar denkt.
In 't eind , na de onvermoeidste poging,
Genaakt gy 't doel van uw beooging :
Zie daar den langgewenschten top!
Helaas) hoe vindt gij u bedrogen 1
Hier rijst hy 't steilste naar den hoogen,
Hier'ziet gy geeo beklinmien op.