Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
224 KEN V z E r, V E Né
Sluipt ongeneugte ooit in zijn hart,
't is bij 't aanschouwen van de smart,
Die reine deugd zoo vaak moet lijden,
Of waar hij ziet, Iioe fel de haat.
Den tand tot in 't gebeente slaat
A^an die voor regt en waarheid strijden*
Maar zelf verheven boven *t lot,
In vol vertrouwen op dien God,
Die alles gaèslaat vroeg en spade ,
Lonkt de avondster hem vrolijk toe,
En wekt hem de ochtend blij te moê,
Bij 's werelds gunst ea ongenade*
En spint de tijd zijn leefdraad af,
Met kalmte nadert hij het graf.
Als spreidde 't hem een bed van rozen ,
Verzekerd, dat, aan 't eind der nacht,
Een onverstoorbaar heil hem wacht,
Bij 's aardrijks tweede morgenblozen.
Dus reikt, in eiken levensstand ,
En rede en godsdienst hem de hand,
Én rigten t' saam zijrt vaste schreden
Op 't spoor, dat hem 'Natuur ontsloot,
Tot, naar het Godsbestel, de Dood
Hem wenkt ter schouwplaats af te treden*
Niet kalmer loopt de zon haar spoor.
Bij 't flonkren van de Hondster, door
En duikt gerust in de avondkimmen,
Om morgen, met verjongde glans.
Aan de onbewolkte hemeltrans,
In majesteit weèr op te klimmen.
Zoo heeft hij eindloos grooter goed, ■
Dan ooit uit Ormus pa/relvloed,
Of Chilijs erts was op te delven.
En haakt ge in waarheid naar dien schat,
Zoo Volg de gulden les, vervat
In 's wijzen leerspreuk: ken u zelven.
S» J. 2. WISELIUS.