Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
K R K Ü 2 E r. V E K» 223
Hot waar p-eluk verkrijgt Blechts h^ ,
t>ie , van den waan dér eerzurht vrij ,
En voor 't gestreel der wellust veilig,
In al zijn wandel vroed en vroom ,
Met kracht zijn driften houdt in toom ;
En ieder pligtgebod voor heilig.
Slechts hij verdient den naam van Groot,
Die hoven zijn natuurgenoot
Zich nooit hovaardig tracht te stellen ,
Maar, met zijn deel en stand te vrecn,
Den wierook Van het wuft gemeen
Niet hooger schat, dan waterbellen.
Slechts bij is waardig staf en kroon.
Die goud noch gaven spreidt ten toon ^
Dan onï zijns naasten nut te staven,
Gelijk het nijvre bijtje Avroet
En 'honig gaêrt, o'm met dat zoet
Weldadig 's menschen borst te laven.
Slechts hij is metderdaad een Vorst,
Die 't grimmigst lot gelaten torscht.
En onbedeesd den storm hoort gieren;
Die sterven kan, gelijk hij leeft,
Voor 's dwinglands grammen blik niet beeft,
Eu lacht met kluisters en lauwrieren.
Getij en weder loop' hem meö.
Hij waagt zich niet in volle zee,
Noch zoekt te na bij 't strand te varen,
Maar blijft, wat hem 't verschiet beloov'.
Of dreig', voor vrees en hoogmoed doof.
Den gouden middelweg bcAvaren.
Ja keer' de grillige Fortuin
Den rug hem toe en kiez' zijn kruin
Ten doelwit van haar wrevle nukken,
Kij honger, in een schaamle hut,
Hiedt vroomheid hem een troost, een stut,
Dien niets hem uit de hand kan ruklien.