Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
de wedüwe te kaiv* 221
Xog eenmaal kust zij 't lijk, maar kan niet weenen*
Men slaat het windsels om , en voert he<t henen»
De droeve volgt, op waggelende beenen.
Haars lievlings baai*.
Zij strompelt meê ter stadspoorte uit, en teeder
Staart nu haar blik op 't dierbaar lijk, dan weder
Bedroefd naar God; haar tranen stroomen neder.
Bij luid geklag.
Zij snikt, zij kermt haar' weedom naar den hooien*
De schare schreit met haar, zoo diep bewogen I
Doch wie , wie helpt ? Geen menschelijk vermogen ,
Dat heipen mag.
Geen stem vertroost, opdat haar smart bedare...-
Maar hoe! wie naakt zoo driftig daar de schare.
En dringt den lijksleep door tot bij de bare ?
Een vreemdeling !
Wat deefnïs is in 't vriendlijk oog te ontdekken ï
Wat ernst, wat majesteit spreekt in zijn trekken ,
Die in het hart ontzag en eerbied wekken
Bij heel den kring!
Ontzetting is op elks gelaat te lezen.
Hij roert de baar, en spreekt, met minlijk wezenJ
9 Leef, jonglingi" en de jongUng is verrezen;
Hij leeft en spreekt!
Men staart verbaasd, als aan den grond geklonken.
Der weduwe is haar steun terug geschonken;
Zij ligt, bezwijmd, aan 's vreemdlings knie gezonken ^
Ter dood verbleekt.
Zij stamelt hem haar' dank, nog half bezweken.
Die onmagt, veel welsprekender dan spreken,
Is van 't verrast gevoel 't voldingendst teeken.
Zoo rein als schoon*
j» Een groot Profeet is onder ons verschenen.
» God-zelf bezoekt ons, om hier hulp te leenen."
Zoo spreken, wie bij 't wonder zich vereenen.
Hij was Gods Zoon!
i, immeftzeel . junior«