Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
220 o n S t k r f e l u k n e i n.
Verbrnkeii schepterstaf en onigestorten troon ;
De dolk en 't wierookvat, en''t glinstrend gruis der kroon ;
't Verbrijzeld boevenjuk, de ontschakelde ordeketen —
't Ligt al aan 's menschen voet ten puinhoop zaam gesmeten»
o Wien de onsterflijkheid in volle kracht bezielt,
Is voor die wereld dood , die al ons heil vernielt.
Zijn oog ontwaart geen zon, waar duizend zonnen gloeijen ;
Geen donder treft zijn oor, waar duizend donders loeijen.
Neen, wie zijn' oorsprong kent, zijn afkomst en geslacht.
Zijn roeping op deze aarde, en 't loon dat hem verwacht,
o Hij , hij voedt geen' wensch die hier in 't stof blijft hangen ;
Hij zweeft den hemel in op vleuglen van 't verlangen ;
Verliest geheel zich zelv' in 't glorierijkst verschiet.
a. c. schenk.
DE WEDUWE TE NAIN.
^Avaar drukte *t lot op 't hart der Joodsche vrouwe.
Nog pas verbrak de dood 't verbond der trouwe.
Of, gram te moe, verdubbelt hij haar rouwe
Om nieuw gemis:
Een zoon, de lust, de troost van hare dagen ,
Met hem de vrucht, die de echtboom haar mogt dragen,
Haar Eenigo ligt haar van 't hart geslagen:
Wat droefenis!
Zi| krimpt van wee , de handen digtgewrongen;
Haar bloed verstijfd, in 't hart te zaam gedrongen ,
En de adem stikt' in haar benepen longen;
Geen traan vloeit af.
Vergeefs, vergeefs haar troosttaal toegesproken ,
Nu de oogen van haar' lievling zijn geloken !
De laatste draad haars levens hangt verbroken;
Zij hijgt naar 't graf.
Ach! wat komt ook, bij *s nootlots ongenade.
Der arme vrouw , nu moeder meer noch gade ,
Wat komt haar bij zoo zwaar een' slag te stade?
Geen troost voor haar l