Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
REQT BOOR ZKE.
Gij, die dorp bewoont en steden,
.\eenit den raad eens zeemans aan:
Rig-t naar eigen hart uw sclireden,
Hoe oolv andren mogen gaan ;
Kiest, wat ook de wereld zegg'.
Voor u zelv' den regten weg.
n. VAN L0GIÏE3Ï.
RAAD.
Gaar schatten bij elkaar! geniet de zoetste weelde I
Kleed u in zacht fluweel,, gedrenkt in purpergloed I
Pleng 't edelst druivennat, dat CHios wijngaard teelde 5
Maar denk dat ge alles eens, o stervling, missen moetl
<
L» RIETBERa.
OP DEN DOOD
VAN EEN
I N D. •

Soo lang een Eik* in 't woud
Zijn hoofd om hooge houdt, ,
Is hij een spel van 't lot, %
Dat met zijn grootheid spot.
Zijn blad heeft in den worm,
Zijn schedel in den storm,
Zijn wortel in den vloed,
Die kabbelt aan zijn' voet,
Een' vijand, die zijn pracht \
En heerlijkheid veracht,
Voor wien hij eeuwig beeft,
Zoo lang hij 't leven heeft.