Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
B K R U S ï I N G. 215
Gewapend met dat duurzaam schild
Van 't ongeschokt vertrouwen ,
Hij naadre dan , de dag van smart,
Het lijdend , maar heldhaftig hart
Kan op dat steunsel bouwen.
Doch Hij , die ons dat steunsel gaf.
Bij ramp'en tegenheden;
Hij "eischt geen hart, dat blind gelooft.
Geen ziel, van eigen kracht beroofd ,
Geen zorgloos voorwaarts treeden.
Hi eischt, bij 't onbeperktst geloof.
Ook eigen wil en krachten.
De hand, tot hem omhoog gerigt,
Maar schandlijk werkloos in zijn' pligt,
Kan niets van Hem verwachten.
Hij is het, die de bloem des velds
iÓoor koelen dauw doet bloeijen;
Die beemd en bosch hun bloesems geeft;
Die zeegnende over d'akker zweeft,
Ën 't kostlijk graan laat groeijen.
Maar voor dien sterfling groeit geen graan,
Die d'akker niet wil ploegen,
Of die , na 't zuchtende gebed ,
Geen handen aan den arbeid zet,
Geen vlijt bij hoop wil voegen.
Wie roekloos schat of leven waagt.
En naar 't verderf blijft loopen,
Hij kan in d'ongelijken kamp ,
Bij 't zinloos zoeken naar de ramp.
Van God geen' bijstand hopen.
Maar hij , die, waar de pligt gebiedt.
Noch schatten acht, noch 't leven ,
Hij zegt, in leed en dood bedaard,
Wien God öetpaart, is wel bewaard!
Eu God zal bijstand geven.
B, KUJN) nz.