Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET O N W E r>.E R?

Ath, reeds, reeds druipt de lucht! reeds wijkt de Schorre donder I
De nacht rolt uit mijn oog!
God spreekt in 't suizen van een' z'achten wind, en onder
Zyn voeten rijst de Vredeboog !
r. feith»
ODE AAN GOD,
na een
O N \V E D E R.
(Vit het Hoogduitse^ van Mazes Mendelsohn*)
"donder , die al razend brulde •
En woud en veld met schrik vervulde,
Rolt nu niet meer door 't blaauw azuur;
De^ lucht, van zwaveldampen zwanger ,
Verschrikt den reiziger niet langer
En 'tjsomber dal, door bliksemvuur.
De stormwind zwijgt, de westewindeii
Gaan door de takjens van de linden ,
En suizen zacht door ^ras en riet;
Het vooglenkoor stemt nieuwe wijzen,
De ontloken roos begint te rijzen,
Terwijl zij frissche geuren biedté
W'ie is 't, die in den stormwind loeide;
De opröén gepakte wolken boeide,
En straks met donderend geluid
Al rommelende uit een deed scheuren? —
\Vie spant dien boog van zoo veel kleuren
Van pool tot pool zoo heerlijk uit?.....
11 *