Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
HET ON WED ER.
Wat zwart een middernacht zwoegt ijlings om mij henen!
Hoe vreeslijk loeit de lucht!
De zon verbleekt van schrik, haar glans heeft uitgeschenen,,
En 't rookend aardrijk zucht.
De bliksem meldt alom de trage komst zijns Heere,
Des Gods, die eeuwig leeft!
De donder roept omhoog: Jehovah! God der Eere !
En "t hart des Afgronds beeft!
De God der Eere spreekt! — De zwangre orkanen melden
Uw grootheid , God der Goön !
De noodkreet der natuur verrijst uit Avoud en velden
Tot uw' geduchten troon.
De God der Ëere spreekt! — De ontzielde bergen rooken ,
Hun afgrond spuwt aan 't zwerk.
De zee rukt brullende aan, haar woede slaat aan 't koken,
En spot met paal en perk.
%
Voor zijnen adem krimpt de diepst geschoten ceder
Gelijk een spichtig riet.
Het dampend eikenwoud ploft als een stroohalin neder ,
En 't snuivend slag-ros vliedt.
o Gij, Almagtige! die op uw' donderwagen
boor 't daavrend luchtruim rijdt;
Die 't brullend windénheir uw pijlen voort doet dragen.
God ! — vreeslijk in den strijd I
Zal 't schuldig stof uw wraak, die felle wraak verduren.
Die in orkanen stormt? —
De bergen smelt als wasch , en onverwinbre muren
In rookend puin hervormt?
Jehovah! spaar —Gij slechts, Ontfermer! Gij kunt sparen—
Den worm , die voor U beeft!
Nog staat mijn lage hut. — Blijf, blijf mijn Erf bewaren !—
Zwijgt f donders ! Jezus leeft I