Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
HET HEIDEBLOEMPJE.
Wat toch nut het heidebloempje
Dat zijn blaadjes stil ontplooit?
Waartoe 't met de schoonste verwen
Slechts voor de eenzaamheid getooid?
*t Ts verspillen, 't is verkwisten,
Krengt het over in den hof.
*t Bloempje moet bij bloempjes prijken,
't Zamel' daar der kenren lof.
*t Werd verplant, het heidebloempje:
't Werd gekoesterd en gestoofd :
Zelfs geen enkel jeugdig blaadje
Van de teedre steng geroofd.
Maar dat onophoudlijk bloeijen
Tast den zwakken wortel aan;
*t Bloempje mist den blos der lente,
En zijn schoonheid is vergaan.
Ziet gij nu waarom dit bloempje
Eenzaam slechts het schoon verspreidt ?
't Is omdat zich 't ware schoone
Kenmerkt door eenvoudigheid.
Weet gij nu waarom het kwijnde,
In een vreemden grond verzet ?
*t Werd door d'invloed van de weelde
En door overvloed besmet.
Meisjes! ja , dit heidebloempje
Zij voor u 't waarschouwend beeld:
Vliedt de weelde, vliedt dat schittren ,
Waar men slechts de schoonheid streelt»
Ja! ook de eenvoud' blijve uw sieraad.
Zij alleen leide uw gevoel ;
Daii wordt schoonheid dubbel schoonheid,
't Stil geluk uw eenig doel.
Ë. KUJN , BZ.
U