Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
208 dît. a, vax hali.ers m0r3en3edachte\.
Gy scliifpt het hel gestarnte en 't glansrijk zonnelicht »
Kn hebt hunn' vasten loop gerigt.
Ge ontsteekt de f:ikkel, die haar stralen
Ons toekaatst door de bieeke maan ;
Gij biiidt den wnuienreij' gezwinde wiekeu aan,
Kn doet Oiis vrolijk adem halen ,
AU zelis de duistre nacht den dauw op't aardrijk spreidt,
- Kn 't starreidioir ten dans geleidt.
Stichtte Uwe hand niet, op deze aarde,
Uit wefke klei en stuivend zand ,
ITet vast en steil gebergt', dat uit zijn ingewand
Ken' rijken schat van mijnstof baarde?
Het prachtig tirmameat, tot Uwen troon gewijd,
ümhingt Gij met het wol^-itapijt.
Uwe almagt vormde de aderbuizen
Van 't zeegedrogt, dat stroomen blaast.
Door 't stormen met zijn' staart geweldig woedt ert raast,
Kn 't golvend pekelveld doet bruisen:
Ook hebt Gij 's elefants gebeente uit aard' gewrocht.
En'als een' berg aandcin verknocht,
't Safieren wulf der hemelkringen,
Op 't ijdel luchtruim vast gegrond.
Het uitgebreid lieelal, 't onmeetbaar wereldrond,
\Vaarin 't gezigt der stervelingen
Geen eind beschouwen kan, lavam door Uw enkel woord 9
Uit louter niet, op 't heerlijkst voort.
Doch, driewerf groote God ! geen tongen •
Van zwakké schepslen zijn bekwaam, V-
Om al Uw Avonderheèn , tot eer van Uwen naam,
Te melden, schoon zij eeuwig zongen :
Hij, die Uw godlijk werk Avil roemen naar waardij,
Moet zoo oneindig zijn als Gij.
'
o Onbegrijplijk Opperwezen!
Ik blijf des in mijn' kring' bepaald:
Uw zon verblindt mijn licht; mijn scheemrend oog verdwaalt;
Ook wordt Uwe Almagt. nooit volprezen.
En Gij, die o]) Uw' wenk 't heelal in wezen ziet.
Behoeft eens aardworms lofspraak niet.
P. LEUTER.