Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
199
ONZE WENSCH EN.
Voor ons menschen, Zijn de wenschen Kinderspeelgoed , en niets meer $ *t Altijd hopen, 't altijd wachten, *t Altijd uitzien , *t altijd smachten) Keert met eiken morgen weèr. »
Elk wil deelen In de spelen Van dit kinderlijk tooneel; Elk gelooft de rol te kennen. En zich aan den stand te -wennen , Die een* ander' viel ten deel.
Ontevreden Hier heneden Met den toegewezen stand , Schimpt men op den hoofdrolspeler i Mort men met den roluitdeeler, En miskent zijn Vaderhand.
Ja I 't ontberen En *t begeeren Oefnen hier het moeilyk spet. 't Al te flaauw of te ijvrig aeelen In de hoofdrol die wij spelen, Vormt een hemel oïf een hel»
Is het juichen Echt getuigen Van de wel geslaagde rol? Zijn het vaak kabaal en listen. Die ons 'i goede spel betwisten y Ons bestormen woest en dol?
't Bravo roepen , Bij de groepen , Die men kunstig meet en plaatst, Is niet steeds om goed te keuren: Hij wil vaak zich 't niet ontscheuren, Di« zoo de overwinning blaust.