Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
opwfkkixg tot v reu o db. ID5
Echte vreugde blijft in *t harte, schoon de rampspoed ons om-
ringt j
Ze is nis 't zonlicht, dat zijn glansen
Schuil houdt achter sombre transen,
Maar door wolk en nevel dringt.
Is de ziel door vreugd gelouterd, heeft zij regt dat heil ge-
smaakt ,
Niets kan ooit dat vuur verdooven,
AVant zij leert aan 't uur gelooven ,
Dat haar eens Aveêr zalig maakt.
Heel natuur noopt ons tot danken, heel natuur noopt ons
tot vreugd I
Zonder vreugde is alles ledig ?
Met baar geest is alles vredig;
Zonder haar bestaat geen deugd.
Broeders! stemt dan 't hart tot vreugde ; ze is de veerkracht
van 't genot;
Ze is een balsem voor den lijder;
Ze is een laafdronk voor deii strijder:
Vreugde leidt ons op tot God l
B. KUSSf cz*
LIËRZAPiG OP DE ROOS.
AN AC HEON NAGEVOLGD*
Mij lust dc Lent', die bloemgewassen draagt,
De Lenteroos, die Go6n e» mensch' behaagt;
't Aanminnigste versiersel voor een Maagd ,
ïer eer' te zingen.
Het is de Roos, de malsche Roos alleen ,
Met welker blaAn de drie Bevalligheön,
Als 't MinncAVicUt met haar ten rei' zal trern.
Het hoofd omringen,
13 *