Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
jan van schaffelaar. 187
Toen 't Amersfoortsrhe krqgsgeweld
Den Stichter bijstand bood ,
En 't hem ontweldigd Harneveld '
Belegerde en beschoot:
Toen leefde Jan van Schaffelaar, ' -
Met heldenziel in 't lijf, .
Stoutivoedigst in het bangst gevaar ^ ■ <
En nooitgehoord bedrijf.
Hij klimt den stellen toren op
Met achttien rappe mans,
En geeselt op der Hoekschen kop.
Met slagen uit den trans.
Hij daagt des vifands bussen uit
En kaatst hun vlammen wei-r,
En hagelt, uit een damp van kruid.
Een jagt van kogeU neèr.
Hij beukt en kneust wat naken mag.
En blakert ze aan zijn brand;
En stort en smakt met houw en slag
Er honderd neOr in *t zand.
(Maar, de overmagt verwrikt den moed,
Hoe lier en foVsch gespoord:
In 't, eind vervloeit het dapperst bloed ,
En 't heldenvuur versmoort.
/
Ma»r, schriklijk rolt het stormgerucht
En 't wraakgeschreeuw in 't rond ;
DCj donder perst en scheurt de lucht
Ea davert langs den grond.
Maar» kerk en toren krakt en kraakt
En siddren daar zij staan,
En *t vuur, dnt langs'de leijen blaakt, «
Grijpt kerk en toren aan,
» \Vat raad?" roept Jan van SchatTclaar,
»Mijn makkers, in 't verdriet!
»Al lach ik om mijn lijfsgevaar,
» Ik lach om 't uwe uiet."