Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
de voïistix in met dorp. üss
„ , De bloemen 'zijn ^oritrajiffen«
En niel een kus betaald.
ZWAANTJE.
. , Dat klappen Ida's wangen!
^u tinkt een speeltuig. Arme Alixje , houd nw moed' r
Zij glimlacht; 'k ben gerust; zij maakt het zeker göt^d../
AMEïJA en AMX. (zingend,)
Ontvang uit kinderlijke hand ,
Vorstin, dit needrig liefdepand!
Neem aller heilgroet aari I
En juicht, na 't schaatrend voikshoezee^
De weerklank onzer citers mö* ,, .
Ach, wil ze niet versmaan'!
Uw naam, op moeders schoot geleerd
AVordt hier van 't^ staamlend wicht vereerd; 7—
Klinkt in zijn^ Vaders lied ; "
Als *t vrolijk veld de halmen gaärt,
"W eldadig- door. den jstaJF bf'wakrd ,
Die ons in rust gebiëdt.
Geen bloed bevlekt dien herdersstaf!
Gij dwongt geen 1>roost den oiidren af.
En dreeft het naar den strijd.
Geengaä, die aan uwe. eerzuil ^treurt.
D(e aveezen hebt gij opgebeurd $
De droeve weèuw verblijd. I
Eilaas, als eens die Sterke naakt.
Die 't srioer van liefde en leven slaakt! —
Wij zwichten ; oogst uav loon ! —
Maar zie op ons, bij 't afscheid, néér.
En geef uw volk uzelve weêr,
Verjongd in uwen zoon \ . .
Ja, lieve Zangsters, ja! Wie zou dien wensch niet deel«n,<
Kn kan zijn tranen bij uw zoeten galm verhelen!
Zij glippen der Vorstin als ons ten oogen uit
Terwijl zij beurtelings u in hare armen sluit l
poch, Hendrik, volgen wij de kleinen nu. /t Verlange», -
Om Ida even zoo aan 't moederhart te prangen.
Weersta ik langer niet! Ook las ik 't zoete Wicht, ;
llei;eert' naar niij en u, in 't heengaan, op 't
A. STARJXG. . ,