Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
de kermis dfir godkn.
Merkuur had op geen vaste plaats
Zich neder M'ülen zetten ;
Maar liep bij al de boerenmaats
En veilde kansbilletten.
Een bïoemenkraanïpje, keurig net,
Had Flora voor zich opgezet,
Met roode en witte roosjes.
Rij Mars was meest de jeugd te zien;
Hij had een kraam vol oorlogsliön ,
In Neurenbruger doosjes.
Diana had een keurig spel,
Vervuld met vreemde dieren ;
Zij liet met leeuw- en tijgervel
Haar nimfen zich versieren.
Neptunijs had een goudvischkom,
Waarin een groote haring zwom;
God Pluto stond er neffen ,
En liet zijn' grooten^zwarten hond ,
Dien ieder wonder zeldzaam vond ,
Alleen, een trio keffen.
A^ulkaan ging met een' heelen hoop
Van kermisduiten strijken.
Daar hij de boeren een Cijkloop
A'oor eCnen reus liet kijken:
De blonde Ceres had haar'' naam
Geschreven op een wafelkraam.
Die ieder kwam bezoeken.
En Hehé had , met Ganinieed,
De knffij in haar kraam gereed
Met Rlankenbijler koeken.
Een kamer, bij den chirurgijn
Had Eskulaap doen huren.
Én gaf voor ieder kwaal of pijn
Zijn pillen en tinkturen.
Maar Bacchus, die zijn grootste vat
Ge>uld had met gezochter nat,
Stak op zijn tent een zwaantje ,
En riep :» Üo(* vrienden, legt reis aan!
« Laat Esculaaps recepten staan ,
» En pikt bij mij «en graantje."