Boekgegevens
Titel: Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Auteur: Ouwersloot, D.; Lastdrager, Abraham Johannes
Uitgave: Amsterdam: J. Immerzeel Jr, 1834
2e dr; 1e uitg.: 1826-1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1061 H 12
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200027
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemen van Nederlandsche dichtkunst: voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
17.
ALLEENSPRAAK TA?« LADY GRAY.
Vi ifd , hoop! vliedt, aardsche schimmen!
En gij, te vleijend uitzigt, vlied!
Wei-rhoud de vonk <ier Godheid niet.
Die tot haar' Oorsprong op wil klimmen!
Mijn leven reikt aan 't stille graf;
Dè hoop, die mij mijn jonkheid gaf,
met den glans des troons daar voor mijn hart vervlogen;
Maar 't geen mij op zijn' oever vleit.
Het needrig kleed des Doods blinkt schooner in mijn oogen,
o Troon 1 dan al uw majesteit.
Is
AVat, Vorsten! wordt in u geprezen?
Het purper, dat uw leden deict.
Of 't bloed , dat van uw handen lekt.
Bij 't noodgeschrei van weeüw en Aveezen?
't Klink' schoon, een wereld op de knièn
Gebogen voor uav' wenk te zien.....
Maar ïou mijn ziel dien praal voor't Avaar geluk begroeten?
De doodklok slaat, 't gordijn valt neêr,
Het graf vervangt uw' troon en gaapt aan uwe voeten. •«•
Magt, luister, aanzien zijn niet meerl
Wat is uw heil, o nietige aarde?
Een vlugge schaduw , die verdwijnt!
Een roos , die op den middag kAvijut I
Een vreugd, die dikwerf Avroeging baarde! —
Wien ooit uav luister heeft geAieid ,
Ik juichte .in mijn onsterllijkheid ! . . .
En m — i» deze hoop voor mij 'ter ne. r gezegen ?
Neen, 'k voel hoe zij mij ovrig si hiet;
Mijn jeugdig hart, o Dood! beeft uwe komst niet tegen.
Het siddert op uw naadren niet.
Gij , vreugd en Avellust van mijn leven I
Gij , eedle Godsdienst! blijft mij bij;
Uw reine hand daauw' moed in mij.
Met u kan ik gelukkig sneven !
Kom , stille rust van 't zalig graf!
Ik werp niet vreugd mijn kluister a£j